Stray

In het theater kijken we naar onszelf, en genieten van hoe acteurs allerlei menselijke eigenaardigheden uitvergroten. Daarna kunnen we weer opgetogen naar huis, gereinigd en klaar voor de nieuwe week.

Stray volgt zwerfhonden in Istanbul. De camera zoemt in en toont de ogen van de dieren, en ja, ze hebben echt een ziel. Zij zien de stad, en de bewoners: ons. Uiteindelijk lijken we via de honden naar onszelf te kijken, en dat stemt best vrolijk, maar vaak ook niet helaas (wat een vreemde wezens, die mensen!).

Eerst betrap je jezelf nog op de menselijke gedachte: wat zielig, missen die beesten geen baasje? Maar na een tijdje verwatert die gedachte, en geven de honden je de indruk geen mens nodig te hebben. Sterker nog, wat lopen die ménsen toch hulpeloos rond! De honden ontmoeten mensen en hun gedrag. Soms krijgen ze een aai, of wat eten, maar vaak worden ze uitgescholden, opzij geduwd en negatief beoordeeld. Zij hebben niet alleen het buitenleven te verduren, maar ook allerlei geklets van de mensen. We zien pootjes, oren, snuiten en staarten, en allerlei details van de stad, overdag en tijdens de nachtelijke uren. Vluchtelingen uit Syrië (‘een ding uit Syrië’) vinden troost bij enkele zwerfhonden, ze houden elkaar ’s nachts warm. De moskeeën die oproepen tot het gebed, krijgen antwoord van de honden, zij huilen op hun manier mee. Wat zien de gedomesticeerde hondjes er in hun jasjes en aan de lijn trouwens vreemd uit wanneer ze op straat zwerfhonden ontmoeten.

De honden bieden ons een verrassend perspectief op de straten van deze stad. De beelden worden ondersteund door een mooie soundtrack, en afgewisseld met allerlei wijsheden van Diogenes, die een groot hondenliefhebber moet zijn geweest, 300 jaar vóór Christus, en afgaand op zijn teksten is het gedrag van zowel hond als mens sindsdien niet heel veel veranderd.

In Sofia heb ik met eigen ogen gezien hoeveel honden er op straat liepen. En ik kan me voorstellen dat er in Istanbul en ook andere steden er problemen ontstaan. En dat wat dat betreft bovenstaande kijkervaring een beperkte blik werpt op de dagelijkse werkelijkheid. De filmmakers kozen enkele vriendelijke dieren om in beeld te brengen. Dat is ook hoe film kan werken: we leven mee met de ‘personages’ en we geven ons over. Daarnaast heb ik als kattenpersoon wat minder verstand van honden. Alhoewel, katten, wat een vreemde wezens zijn dat! Zie daarvoor de film Kedi, over zwerfkatten, in Istanbul.

Andere hondenfilms: Isle of Dogs en het Hongaarse White God.

The Obscure Life of the Grand Duke of Corsica

Zijn we niet meer dan een slaaf van ons lichaam, die kwetsbare tempel? Terwijl de heilige Franciscus van Assisi zijn discipelen toespreekt, moet één van hen nodig plassen. We blijken een film te zien die zich afspeelt op Malta in 1221.

2021: Architect Alfred Rott trapt bijna in de poep, en haast zich vervolgens voor een noodstop naar het toilet. Hij is op weg naar een afspraak waar hij zijn nieuwste ontwerp, een concertzaal (die volgens de opdrachtgever veel te veel lijkt op een vagina!) gaat presenteren: ‘toilets on every level’…, ‘shitter, gutter, john’. Zijn gesprekspartners hadden het net over de verheven manier waarop mensen in de toekomstige concertzaal de hogere kunst zullen gaan beleven. De architect bevindt zich op Malta en belandt op extravagante feesten (in de sfeer van Eyes wide Shut en The Great Gatsby) waar gemaskerde mensen zich verliezen in een orgie. Het valt niet mee om vrij te zijn, en los te komen van het lichaam. Op één van deze bonte avonden leert Alfred de mysterieuze excentrieke graaf van Corsica kennen. Blijkbaar wil deze ‘duke’ onsterfelijk worden door de architect een opdracht te geven om een mausoleum te ontwerpen. Een malaria epidemie op het eiland wordt velen, waaronder ook de duke, fataal. ‘Our composition changes, yet the elements remain’ staat er op het mausoleum. Terwijl Alfred het eiland verlaat, vraagt hij zich af wat zijn rol in dit alles was, ‘bouwde ik een denkbeeldige tempel?’. Verschillende delen van de film worden met wijsheden van Assisi aangeduid. Timothy Spall steelt de show, als coole, gevatte, wat norsige architect. Vaak in close-up, met zonnebril. Omringd door allerlei wonderlijke figuren blijft hij zichzelf, met zijn droge humor en voltooit hij zijn opdracht: het ontwerpen van een mausoleum voor een extravagante ‘duke’. Met veel humor levert Alfred Rott commentaar op mensen die hij ontmoet. Schone schijn doorprikt hij en passant. Een jongen in een bar schept tegen zijn vriendin op over zijn kennis van Jazz muziek: ‘ik heb 1000 Jazz lp’s’. Alfred: ‘oh ja, heb je er wel naar geluisterd?’, waarna hij aan het meisje het nummer van zijn kamer geeft. Naast de komische gesprekken valt de omgeving op. Het sprookjesachtige Malta, de natuur, en de strakke architectuur. Dit alles wordt heel mooi in beeld gebracht, soms idyllisch, soms apocalyptisch.

Mede voor dit soort films hebben we Club Cinema gebouwd. Behalve in het Utrechts Louis Hartlooper Complex is deze film alleen in de Middelburgse Club Cinema te zien!

Club Cinema geeft daarbij als extra cadeautje een speciale korte voorfilm. Dit keer ‘The Case of the Spiral Staircase’, uit 1981: Een vrouw loopt een trap af waarvan de treden langzamerhand op drift raken en veranderen in diehoekige vormen. Ruimtelijke en geometrische illusies worden gecreëerd door ongebruikelijk camerawerk en de choreografie.

de Phoenix Canariensis (Cannes 2021)

Cannes was een klein arm visserdorp. Totdat Lord Henry Brougham in 1834 langskwam. Hij ‘ontdekte’ het fijne klimaat en bouwde zijn villa in de heuvels, en raadde zijn vrienden aan hetzelfde te doen. Algauw kwam de aristocratie kuren en genieten. Er verrezen hotels, villa’s en paleizen. En er werden planten geïmporteerd, de Eucalyptus uit Afrika, de Mimosa uit Australië, en in 1864 de Phoenix Canariensis, de Palm!

Ondertussen wordt jeu de boules gespeeld, is het casino 24/7 geopend, en zagen wij in de hoofdcompetitie van het filmfestival het meesterlijke Ghahreman, A Hero, van de fantastische regisseur Asghar Farhadi. Hij maakte eerder onder meer A Seperation. Farhadi vertrekt vanuit ethiek, maar maakt zeker ook prachtige beelden. Zo zien we de hoofdpersoon, Rahim, de ‘held’, lopen richting een steengroeve. De enorme rotsen worden steeds groter, en hij wordt steeds kleiner. De camera wijkt langzaam. Dan beklimt hij een enorm hoge trap, helemaal naar boven, waar zijn vader aan het werk is. De held zoekt zijn weg omhoog. Rahim, een gedetineerde, heeft 2 dagen verlof uit de gevangenis, en wil een schuld afbetalen. Zijn vriendin vond bij een bushalte een tas met goudstukken. De schuldeiser gaat helaas niet akkoord met de deelbetaling, en vervolgens blijkt de goudwaarde ook alweer gedaald. Dan ontstaat het plan om de tas terug te bezorgen bij de eigenaar, in de hoop een beloning te ontvangen. Het loopt allemaal anders, wanneer de held vanwege zijn goede daad, gefilmd wordt. Men vindt het zo bijzonder dat een gedetineerde zo eerlijk is! De held komt door zijn onhandige goedbedoelde leugentjes steeds dieper in de misère terecht…en valt hard van zijn voetstuk. Het verhaal balanceert op het dunne lijntje tussen: ‘ik heb niet gelogen’, en ‘nee, maar je sprak niet de waarheid’. Het is bijzonder om aan het applaus te horen, in de wetenschap dat het de eerste vertoning was, hoe het publiek omver werd geblazen. Deze film verdient zeker een Phoenix Canariensis!

Tilda Swinton presenteerde haar tweede film, Friendship’s Death uit 1986, digitaal gerestaureerd. (Echt iets voor Club Cinema!). Ze vertelde over haar zorgen dat films uit die periode nauwelijks beschikbaar zijn, en over het belang van de restauraties. Ik zat vooraan en genoot van haar uiterlijk, haar kleding en mimiek, van zo dichtbij. Ze articuleert zo prachtig. Een andere klassieker die ik zag was La Double vie de Veronique. Actrice Irène Jacob introduceerde de film met veel liefde. De beelden zo prachtig dankzij dat mooie gelige, gouden filter, en de soundtrack van Zbigniew Preisner.

Een ontdekking was de debuutfilm van Panah Panahi, zoon van Jafar Panahi, die we kennen van Taxi en The White Balloon. Hit the Road was een film met prachtig camerawerk en maakte deel uit van de ‘Quinzaine’ competitie.

Sergei Loznitsa presenteerde zijn ongekend schokkende film Babi Yar. Context. Zorgvuldig gemonteerde archiefbeelden tonen de verschrikkingen die rondom Kiev plaatsvonden, in de periode 1940-1946. Het applaus was ingetogen. Samen met de regisseur klapte het publiek, voor de mensen in Kiev.

Één van mijn favoriete films was Petrov’s Flu, ruim twee uur gniffelen, genieten, de luiken open naar vrijheid. Wat een geweldige regisseur, Kirill Serebrennikov, alles is mogelijk in zijn films. Een beetje Russische Gummbah, hij was betrokken bij het Gogoltheater in Moskou. Zijn werk ademt een enorme drang naar vrijheid. In het dagelijks leven heeft hij helaas te maken met huisarrest, boetes, verboden, dreigende gevangenisstraffen waarmee de autoriteiten hem proberen monddood te maken.

Bij Titane kwam ik niet binnen, na een tijdje gewacht te hebben, dus was Mi Iubita Mon Amour mijn laatste film (Verhoeven’s Benedetta was de eerste). In een door de harde wind krakende en piepende Salle Du Soixantième tent spatte de charmante Noémie Merlant van het doek, in haar eerste film als regisseur.

Op het vliegveld in Nice had ik een leuke ontmoeting met Mark Cousins en zijn producer John Archer. Hij was tevreden over de presentatie van zijn nieuwe project The Story of film: A New Generation en bood aan te helpen met promotie wanneer wij deze reeks gaan vertonen! Wordt vervolgd! 14 juli, de nationale feestdag was mijn reisdag en de bus reed gewoon. Het festival is een belangrijke bron van films die het komende jaar in Nederland te zien zullen zijn. In korte tijd kon ik mij verdiepen in het aanbod uit verschillende competities, naast de hoofdcompetitie (voor de Gouden Palm) zoals Un Certain Regard, Semainde de la Critique, Quinzaine de la Réalisateurs en nog veel meer.

Petite Fille

Mijn dochter L. wilde kort haar, gemillimeterd! zei ze vol vertrouwen tegen de kapster. Nou, dát kan toch niet! Je hebt drie kruinen, en je bent een meisje, weet je het zeker? Een beetje beschroomd zat ze onder de kappersmantel. Er kwam een soort compromis, van kapperszijde, een coupe van halflang haar. L. was een beetje overrompeld, en ging daarna opnieuw naar de kapper. Dit keer werd er niet onderhandeld! O, het staat je eigenlijk best wel leuk, beaamde nu de kapster. Bijna dagelijks kregen we daarna op straat te maken met opmerkingen over de haardracht, en allerlei mensen dachten dat ik twee zoons had. Na een tijdje vonden we het wel grappig, maar niet altijd.

Hoe weet je eigenlijk wie je bent? Allerlei scholen en cursussen nodigen uit te worden wie je bent en benadrukken een gevoel van vrijheid. Iedereen wil vrij zijn, maar anderen vrijheid gunnen blijkt soms een stuk moeilijker. Zo krijg je op straat vrij snel te horen hoe je hoort te zijn, als dat een beetje afwijkt, doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Maar wat als het voor jou niet klopt? Het zal af en toe wel heel vermoeiend zijn om te moeten leven naar een imago of een profiel. De film Tamara, gebaseerd op het leven van Tamara Adrián, de eerste Venezolaanse transgenderparlementariër, laat de worsteling zien van Teo, die een leven als zoon, getrouwde man en advocaat niet langer kan leiden.

In Petite Fille ontdekt Sasha, al op haar vierde, wie ze is, en wie ze niet wil zijn, en de dwingende rol die de buitenwereld daarbij speelt. Vanuit school krijgt ze te horen dat ze geen meisje kan zijn, omdat ze niet zo geboren is. Ze is te jongensachtig om een meisje te zijn, en te meisjesachtig voor een jongen. En haar Russische balletjuf stuurt haar weg want zij vindt dat dit niet kan, een jongetje in meisjeskleding. Maar zoals Sasha’s zus uitlegt, het is haar keuze dat ze in plaats van een jongen, een meisje wil zijn, omdat het niét haar keuze was om als jongen geboren te worden. Bij een gespecialiseerde psycholoog in genderdysforie vindt de familie eindelijk begrip en krijgt goede moed om Sasha te helpen bij haar keuze.

Volgens de moeder heeft iedereen een rol in het leven, een soort missie, en is ‘Sasha op de wereld om de mentaliteit van mensen te veranderen’, en de moeder om haar daarbij te helpen, misschien. De regisseur laat het gezin heel rustig aan het woord, en wisselt gesprekken af met beelden waarin Sasha speelt, danst en droomt en gelukkig liefdevol omringd wordt door haar familie. De ‘vijand’, organisaties als de school en de balletjuf worden slechts genoemd, maar krijgen geen gezicht. Toch zorgen deze onzichtbare ‘personages’ voor grote dreiging, maar krijgt Sasha des te meer een tedere hoofdrol. Voor wie meer wil zien over dit onderwerp zijn, net als eerder genoemde film Tamara, ook Girl en Una Mujer Fantástica interessant om te ontdekken. In de huid kruipen van een ander, heet het dan, je (als acteur, of filmkijker) voor even in een ander verplaatsen, iets wat voor iemand als Sasha geen kinderspel is, maar menens.

De Slag om de Schelde

Het gebeurt niet vaak dat je na het zien van een film meteen over de filmset kunt fietsen. In de Wagenaarstraat, vlakbij de Cinema, is het gemeentehuis nu weer gewoon het notarisgebouw, en het hoofdkwartier van de Nazi’s is weer gewoon het archiefgebouw, gelukkig maar.

Veel Middelburgers waren vorig jaar van dichtbij getuige van de filmopnames, ‘heel vreemd om die Nazivlag te zien wapperen’, en hebben gehoord en gelezen over de historische slag om de Schelde. Maar hoe heeft regisseur Matthijs van Heijningen jr. deze historie in beeld gebracht en hoe worden wij dit verhaal ingezogen? Mij viel op dat er vrij weinig sturende muziek werd gebruikt. En dat ieder zijn eigen taal sprak.

Als kijker hang je soms letterlijk met een klein lijntje aan de hoofdpersonages en leeft met hen mee. Dat maakt de grote slag weer wat kleiner, en menselijker. De jonge Engelse piloot, William, die zo graag mee wil vechten, maar van zijn vader, de hoofdofficier niet mag, want dan slaapt zijn moeder beter. Met een list bluft hij zich tóch de luchtmacht in. Even later zien we hem vliegen in een zweefvliegtuig, voortgetrokken door een ander vliegtuig, verbonden met een kabel, omringd door een zwerm vliegtuigen, op weg naar Berlijn, via Arnhem. Het toestel kraakt, piept, rammelt en lijkt zeer fragiel. Dan wordt de linkervleugel beschoten. Het vliegtuig stort neer en opeens zijn een paar jonge Britse jongens verdwaald op een voor hen onbekend Zeeuws eiland en begint hun kleine strijd, zoeken naar voedsel, een slaapplek, een boot, de weg, elkaar trouw blijven?

We maken kennis met de keurige dokter Visser, hij werkt voor de Duitsers en probeert zijn zoon en dochter veilig door de oorlog te loodsen. Op papier zou zo iemand ‘fout’ zijn, maar nu zien wij zijn angsten, we ontdekken dat zijn vrouw al stierf, en we zien hoe hij een wond van een Duitser heel keurig verzorgt. Nederig maar tevergeefs, probeert hij te onderhandelen over een milde straf voor zijn zoon, door wiens onbesuisde actie een paar soldaten verongelukten. Het zogenaamde motorische moment dat het verhaal in beweging brengt. Dirk fotografeert een groep Duitsers die zich hebben overgegeven. Éen van hen, een gekrenkte soldaat scheldt hem uit en vertrapt zijn camera. In een vlaag van woede gooit Dirk een steen door de vooruit van een jeep en raakt de bestuurder die de macht over zijn stuur verliest en een paar soldaten schept. Van het ene op het andere moment is de jongen een terrorist die door de Duitsers wordt gezocht.

De jonge Nederlandse Nazi-officier Marinus vecht tegen de Russen en belandt na verwondingen aan het Oostfront uiteindelijk op kantoor in Middelburg. Hij is daar getuige van dokter Visser’s smeekbede bij de Duitse Oberst Berghof en vertaalt wat dochter Teuntje tegen haar vader zegt. Hij komt in conflict met zijn meerderen wanneer zijn pogingen Dirk en Teuntje te helpen worden verijdeld, en degradeert tot soldaat. Hij wordt gedwongen een aantal verzetslieden, waaronder Dirk te fusilleren. Teuntje probeert haar broer te wreken en sluit zich aan bij het verzet. Zij belandt in een hachelijke situatie en wordt uiteindelijk door Marinus gered. Scenarioschrijfster Paula van der Oest verbindt hiermee op min of meer romantische wijze de hoofdpersonages met elkaar. Toeval, pech en gevoelens van morele plicht plaatsen de karakters voor dilemma’s. De menselijke intriges geven de geschiedenis zo een nuance die verder gaat dan een zwart-wit beeld van historische gebeurtenissen.

Indrukwekkend is de scène waarbij jonge Canadezen en Engelsen de Sloedam oplopen, zonder bescherming, terwijl de kijker al weet hoe aan de andere kant de Duitsers zich heel goed hebben ingegraven en klaar zitten met zwaarder geschut. Tijdens deze slag staat Marinus oog in oog met William en beiden laten hun geweer zakken. Toevallig hoorde ik een dag nadat ik deze film zag, Bob Dylan’s John Brown, waarin hij een vergelijkbare scène zingt. John Brown vertelt zijn moeder:

“Oh, and I thought when I was there, God, what am I doing here?
I’m a-tryin’ to kill somebody or die tryin’
But the thing that scared me most was when my enemy came close
And I saw that his face looked just like mine”

Oh! Lord! Just like mine!

Wie langs Arnemuiden richting Goes rijdt, ziet naast de A58 bij de Sloedam het monument geplaatst, ‘The Causeway‘.

Amadeus

‘It’s the singer, not the song’, hoor je wel eens. Hoe wordt het liedje vertolkt? Of ‘alles wat hij aanraakte, veranderde in goud’. Het materiaal is ondergeschikt aan de maker. In de film Amadeus, van Tsjechisch regisseur Milos Forman, vertelt Antonio Salieri het levensverhaal van Wolfgang Amadeus Mozart. Zíjn versie van dat verhaal. En hoe betrouwbaar is dat eigenlijk? Hoe was je vakantie? Je antwoordt met een paar highlights, of anekdotes van kleine rampen, en na drie keer vertellen is dat je verhaal. Anderen vertellen dat weer door. Humbert Humbert probeert de jury te overtuigen, met zijn lyrische taal, en we krijgen begrip voor hem, voor een kinderverkrachter? Lolita, noch haar moeder komen zelf aan het woord. De onbetrouwbare verteller, een verrukkelijk concept!

Zo is het ook in Amadeus. Salieri, een oude man, zit in een tehuis, nadat hij een zelfmoordpoging deed en uitriep Mozart te hebben vermoord, en biecht vlak voor zijn dood, ruim dertig jaar ná het overlijden van Mozart, zijn verhaal op aan een jonge pastoor, die hoogstens het deuntje van Eine Kleine Nachtmusik kent, maar verder niet bekend is met Mozart, laat staan met deze oude man Salieri. Maar onbewust triggert de pastoor de oude man, door te zeggen dat in God’s ogen iedereen gelijk is. En dán veert Salieri op, en steekt van wal. Ik smul van de onbetrouwbare en vileine Salieri. Hoe hij zijn verhaal construeert, en zijn daden verantwoordt, aan zichzelf, de pastoor, en ons, als kijker. Hij was ooit beroemd, en populair, in de muziekscène van Wenen! Iedereen hield van hem, hij hield ook van zichzelf, vertelt hij glimlachend.

Hij heeft succes met zijn opera’s, hij werkt bij het hof van Keizer Jozef en is rijk. Maar dan verschijnt Mozart op het toneel. De keizer is benieuwd naar dit grote talent en nodigt hem uit aan het hof. Salieri biedt aan een welkomstmars voor Mozart te componeren. Thuis werkend aan de piano, vindt hij een melodie (Non piu andrai, uit Le Nozze di Figaro), en dankt God voor de inspiratie: Grazie Signore! Dankbaar en vol goede moed schrijft hij de noten op papier en neemt de partituur mee, met een mooie strik erom. Keizer Jozef, een amateurpianist, staat erop de mars te spelen, (‘delightful court composer!’) terwijl Mozart langzaam en ongeduldig het paleis betreedt. (ik ben inmiddels bijna zover dat ik hetzelfde Keizerlijke niveau heb bereikt en deze mars ook in de vingers heb). Houterig, hij speelt het voor het eerst. En Mozart luistert en kijkt zijn ogen uit, en buigt voor één van de hoge heren in het gezelschap, zich niet realiserend dat de pianist de keizer is. De keizer biedt hem de partituur aan, waarop Mozart zegt dat hij het al in zijn hoofd heeft. Dat moet hij natuurlijk bewijzen, en dan speelt hij het volmaakt vloeiend en verbetert het meteen, want: dit loopt niet helemaal hè, misschien een beetje meer…wat denk je hiervan? En met een paar ingrepen is het perfect! Salieri is vernederd en besluit er alles aan te doen Mozart te dwarsbomen waar hij kan. En God krijgt de schuld! Grazie signore, en cynisch smijt Salieri thuis een kruisbeeld in het vuur. ‘The Creature’, noemt hij Mozart in zijn verhalen. Het monster. Hoe kan het toch, dat God dit onbehouwen figuur als zijn instrument koos? En niet de brave, hardwerkende nederige Salieri? Onze verteller voelt zich uitgelachen door God, via dat manische lachje van Mozart. Af en toe zien we even de pastoor, steeds meer onthutst door wat hij allemaal te horen krijgt. Ondertussen worden we wel bedwelmd door Mozart’s muziek, een personage op zich, in de film. Salieri had een oogje op een charmante sopraan die hij zangles gaf. Maar dan zingt ze de hoofdrol in Mozarts opera! Een opera over een Turks bordeel, gezongen in het platte Duits notabene, in plaats van het edele Italiaans! Het is niet te verteren. Een van de mooiste scènes in de film is wanneer Mozarts echtgenote Constanze bij Salieri langskomt. Hij biedt haar grote bonbons aan, ‘Nipples of Venus’, hmmmm, (in de documentaire over de film vertelt de actrice hoe ze misselijk werd van deze chocolade, de scène moest een paar keer over en ze bleef ervan eten), en leest een map met originele partituren. Allemaal eerste versies, zonder enige fout, en we horen perfecte muziek, de stem van God volgens Salieri. Een prachtige collage van melodieën die begint met het prachtige concert voor fluit en harp.

Meester Kwast liet ons de film in de 5e klas zien, en in de 6e nog een keer, en dat maakte op mij, en andere kinderen, diepe indruk! Dat flitsende duistere begin, wanneer de deur wordt open gebeukt en we Salieri op de grond zien liggen, een mes in zijn hand en zijn keel onder het bloed, en dan klinkt die 25e symfonie. En hoe het lijk van Mozart in het armengraf wordt gesmeten, met een schep stuivend kalk erop, en alles tussen deze twee scènes. Bijvoorbeeld de componerende Mozart, hangend over zijn biljarttafel en al schrijvend (rechtshandig, volgens sommige wetenschappers was hij linkshandig) de biljartbal steeds wegrollend. Daarbij horen we dan die goddelijke melodie uit Figaro, Ah Tutti Contenti. Salieri beschrijft deze aria vol bewondering als volgt: ‘I heard the music of true forgiveness filling the theater, conferring on all who sat there, perfect absolution. God was singing through this little man to all the world, unstoppable, making my defeat more bitter with every passing bar.’ Wenen eind 18e eeuw. De film werd grotendeels opgenomen in Praag, midden jaren ’80, een stad die prima kon doorgaan voor het Wenen uit Mozart’s tijd. Voor regisseur Forman was het een bijzondere terugkeer naar zijn vaderland, dat hij al een tijd verlaten had, om zonder beperkingen, films in Amerika te kunnen maken.

Salieri vindt verlossing en is opgelucht na zijn biecht, er is een last van zijn schouders afgevallen. Op zijn manier heeft hij verantwoording afgelegd, en de pastoor, die blijft, net als wij, onthutst achter, want, is dit nu hoe een van de grootste componisten aller tijden aan zijn einde kwam? Terwijl Salieri in zijn rolstoel wordt opgehaald en door het tehuis wordt gereden, zegent hij alle middelmatigen, de gekken waaronder hij verkeert, iedereen zonder Mozart’s goddelijke talent. En we horen die heerlijke romanza uit het 20e pianoconcert. Van Mozart. Als je dan nog geen verlossing vindt…Het is overigens boeiend om de brieven van Mozart te lezen, waaruit blijkt hoe belangrijk zijn vader Leopold was, een van de weinigen waar híj verantwoording aan aflegde.

Mozart en Salieri, beide rollen werden genomineerd voor een Oscar. F. Murray Abraham vertelde later dat hij zich tijdens de filmopnames een beetje afzijdig hield van de rest, om het gevoel van afstand een beetje vast te houden. Hij merkte ook dat medewerkers hem wat minder vriendelijk bejegenden, hij, die nare Salieri. Hij won er wel de Oscar mee, voor beste acteur, ten koste van Mozart. Een bijzondere dubbelrol, de jonge Salieri en de oude geschminkte, de verteller.

Vorig jaar was ik in Praag en vond naast allerlei filmlocaties, ook het echte huis van Mozart, die er een tijd woonde. En het prachtige Statentheater, waar zijn opera Don Giovanni succesvol in première ging.  

New Order (Nuevo orden)

Na het zien van Heli, een paar jaar geleden, ben ik een beetje bang geworden voor Mexicaanse films. New Order, de nieuwe film van Michel Franco heeft dat gevoel versterkt. De film begint met een korte proloog van anderhalve minuut, met de dreigende muziek van Sjostakovitsj’ 11e symfonie, ‘Het jaar 1905’ (over de Russische revolutie van 1905, en geschreven vlak ná de Hongaarse revolutie van 1956) en we zien een kleurrijk abstract schilderij (Only the dead have seen the end of the war, 2019 van Omar Rodriguez-Graham). De camera zoemt langzaam uit, en dan volgt een collage van verontrustende beelden: een bloot meisje onder het bloed, een door groene verf overspoelde trap, gesleep met een lichaam, chaos…

Een nieuwe orde, ik moest denken aan Bordewijk’s Blokken: ‘De Staat achtte zich de meest vervolmaakte orde op aarde bereikbaar, en voor aardse eeuwigheid gesticht’. Maar wat voor de één orde is, betekent voor een ander chaos of misschien onderdrukking. In deze film wisselen verschillende ordes elkaar af. Een welgestelde familie viert een bruiloft en heeft vele gasten uitgenodigd om het feest in hun luxe villa te vieren. Rijke mensen, ze praten over hun spullen, hun kleding, zaken, terwijl ze bediend worden door hun personeel, dat onderling grapjes maakt: ‘je pak is toch veel te groot, je lijkt wel een clown’. Buiten deze veilige beschermde omgeving zijn rellen uitgebroken, en al gauw dringt de onrust de villa binnen. De trouwambtenaar is laat, gasten arriveren in met groene verf bekladde auto’s en kleding, er komt zelfs al even groene verf uit de kraan. Dan staat Rolando op de stoep, een oud bediende, en hij vraagt de moeder des huizes om geld. Zijn vrouw moet met spoed een zware hartoperatie ondergaan, en vanwege de rellen, zijn ze aangewezen op een kostbare privékliniek. De moeder, al gespannen vanwege het feest, antwoordt dan dat Rolando wel een heel slechte timing heeft, stelt de vernederende tegenvraag ‘hoe lang geleden heb je voor ons gewerkt?’ (8 jaar) en geeft een klein bedrag. Als ik een andere keuze had, mevrouw, zou ik hier niet zijn, tja. Later wordt deze scéne herhaalt met de zoon van de moeder, die opnieuw probeert Rolando af te poeieren. Dit appèl op het geweten maakt al bijna meer indruk, dan de latere gewelddadige scènes. De toon is gezet, en de film komt in een versnelling, wanneer de relschoppers de villa overnemen, en het plunderen en moorden begint. Marianne, de bruid, wil Rolando graag helpen en rijdt met een bediende de stad in. Ze wordt ontvoerd, vernederd en door haar gijzelnemers tot nummer (16 op haar voorhoofd gestift) gereduceerd. Hoe ziet de geplunderde stad eruit? Een winkelstraat vol troep, lichamen, de letters Louis Vutt n zonder o op de gehavende gevel. Uiteindelijk neemt het leger de macht over, tanks, helikopters, de wapperende Mexicaanse vlag. Tijdens een ceremonie worden een paar opstandelingen opgehangen en daar eindigt de film. Met New Order opende het Imaginefilm festival in Amsterdam. Bekijk hier de trailer.

The Father

The Father begint met Purcell’s What power art thou? Dat voorspelt weinig goeds, want ‘ziet u niet hoe oud en stijf ik ben, ik kan nauwelijks bewegen…’

Net zoals Chaplin’s The Kid eigenlijk ook best The Father als titel had kunnen hebben, want de vader is toch wel heel belangrijk in die film, had regisseur Florian Zeller zijn film ook best The Daughter als titel kunnen geven, in plaats van The Father. We zien hoe dochter Anne (Olivia Colman) worstelt met haar oude, dementerende vader, Anthony (Hopkins). Ze wordt door hem niet meer herkend en beledigd, afgewezen. Hij haalt alles door elkaar: dit is toch mijn flat?, wie ben jij?, ik was vroeger tapdanser! (nee Pa, je was ingenieur!) Éen keer wurgt ze hem, in gedachten. Een andere keer, zien we haar weer gebogen over haar slapende vader zitten, maar dan aait ze zijn gezicht heel liefdevol. Wat moet dat ook moeilijk zijn, je ooit sterke vader zo te zien lijden. Wij zien Anthony praten met mensen die zijn dochter niet ziet, zíjn hersenschimmen. De regisseur laat ons af en toe even op adem komen door rustig door de vertrekken en de gangen te dwalen met de camera. De ruimte als personage, de zithoek, schilderijen, een stille getuige van het drama. Ook de goed gekozen muziek speelt een belangrijke rol. Purcell en Einaudi bepalen de sfeer. Anthony luistert zelf, met zijn koptelefoon, naar Norma’s Casta Diva, gezongen door Callas, en het dramatische Je Crois Entendre van Bizet, waarbij de plaat blijft hangen. Herinneringen aan een overleden geliefde? Heel ontroerend verwoordt Anthony op het laatst zijn gevoel van verlies, hij wil naar zijn moeder en voelt zich alsof hij als een boom, al zijn bladeren verliest, zijn takken, en, de wind en de regen. Gelukkig troost de verpleegster hem heel liefdevol. Een ingetogen drama, als een toneelstuk.  Bekijk hier de Trailer